V3f. Ook de bètadocent moet aan taalvaardigheid werken, maar hoe dan?
Door: Liliane Bouma, coördinator / projectleider
WERKVORM: interactieve presentatie
DOELGROEP: vmbo, havo/vwo onderbouw en bovenbouw
VAKKEN: Bi/Sk/Na/Ak/Tn
“Elke docent een taaldocent” is een bekende uitspraak. In de bètavakken roept die vaak eerst een andere vraag op: waarom eigenlijk? Wat vraagt aandacht voor taal van een docent natuurkunde, scheikunde, biologie of wiskunde, en wat levert dat op in de les?
In deze lezing staat precies dat vraagstuk centraal. Vanuit het project Taal bij Bèta laten de sprekers zien hoe taal en vakinhoud in de praktijk met elkaar verweven zijn. Leerlingen leren bètavakken niet los van taal, maar juist via taal: door uitleg te volgen, vakbegrippen te begrijpen en te leren denken in de taal die bij het vak hoort. Dat maakt taalvaardigheid niet tot iets bijkomstigs, maar tot een onderdeel van goed bètaonderwijs.
De lezing geeft een overzicht van de kennisbasis die binnen het project is ontwikkeld en maakt concreet wat taalbewust lesgeven kan betekenen. Denk aan aandacht voor woordenschat, tekststructuur en heldere formuleringen, maar ook aan de opbouw van uitleg en het herkennen van begripsproblemen bij leerlingen. Er is kort aandacht voor het omgaan met teksten, en de sessie sluit aan bij Taalgericht Vakonderwijs. Ook komen enkele manieren langs waarop taalsteun in de bètavakken vorm kan krijgen.Voor wie taal in zijn of haar vak niet als extra taak wil zien, maar als ingang tot beter begrip, biedt deze lezing volop stof om verder over na te denken


