V3g. Concept-examenprogramma’s scheikunde: wat staat erin, wat betekent het voor mijn onderwijs en hoe gaat het verder?
Door: Marijn Meijer, curriculumontwikkelaar SLO
WERKVORM: workshop
DOELGROEP: vmbo, havo/vwo bovenbouw
VAKKEN: Sk/Nask-2
De nieuwe conceptexamenprogramma’s scheikunde leggen nadrukkelijk de nadruk op samenhang. Binnen het vak zelf, maar ook in relatie tot de andere natuurwetenschappelijke vakken. Dat is meer dan een herordening van inhouden. Het opent de ruimte om leerlingen verbanden te laten zien, vragen scherper te stellen en scheikunde betekenisvoller te maken.
In deze sessie maak je kennis met onderdelen die in de conceptexamenprogramma’s zijn vernieuwd of nieuw zijn toegevoegd, in het bijzonder de domeinen rond denkwijzen en vraagstukken. Juist daar wordt zichtbaar wat de vernieuwing vraagt van het vak: niet alleen andere accenten in de inhoud, maar ook andere keuzes in hoe je onderwijs ontwerpt en hoe je leerlingen laat denken.
De sessie nodigt uit om die vertaalslag te maken. Wat betekenen deze domeinen voor je lessen, voor de manier waarop je samenhang aanbrengt, en voor de vragen die je aan leerlingen voorlegt? Welke kansen bieden ze om relevant onderwijs te ontwikkelen dat verder gaat dan losse concepten of hoofdstukken?
Naast een eerste kennismaking met de nieuwe inhouden is er ruimte om te verkennen wat dit voor de onderwijspraktijk kan betekenen. Je krijgt daarmee niet alleen zicht op de richting van de vernieuwing, maar hoort ook hoe het traject verdergaat.
Voor scheikundedocenten en opleiders die niet alleen willen weten wat er verandert, maar vooral willen doordenken wat dat in de klas kan betekenen, is dit een sessie die het gesprek meteen op scherp zet.

