overig

Z2h. Sensoren gebruiken in de les om de vonk over te laten springen

Door: Peter Vaandrager, T3 Nederland

WERKVORM: practicum

DOELGROEP: TOA, havo/vwo onderbouw en bovenbouw

VAKKEN: Bi/Na/Tn/NLT

Meten krijgt pas echt betekenis wanneer je ziet wat er gebeurt. In deze workshop maak je kennis met verschillende Vernier-sensoren die inzetbaar zijn in de les, tijdens practica en bij veldwerk. Niet als losse gadgets, maar als hulpmiddelen waarmee leerlingen verschijnselen beter kunnen onderzoeken, begrijpen en bespreken.

Tijdens de sessie verken je zelf hoe sensoren worden aangesloten op een grafische rekenmachine, hoe meetgegevens zichtbaar worden en hoe resultaten kunnen worden opgeslagen en overgezet naar een computer of laptop. Daarmee ontstaat een directe koppeling tussen waarnemen, meten en analyseren. Juist die combinatie maakt deze werkvorm krachtig in de klas: leerlingen zien niet alleen een uitkomst, maar kunnen ook patronen herkennen, gegevens vergelijken en vragen stellen bij wat ze meten.

Aan bod komen verschillende toepassingen. Bij waterkwaliteit werk je bijvoorbeeld met de pH-sensor en de colorimeter. Voor zuurstof- en kooldioxidemetingen zijn er gassensoren die bruikbaar zijn bij onderzoek naar ademhaling, fotosynthese, verbranding of roestvorming. Ook de conductiviteitssensor komt langs voor metingen in waterige oplossingen, en met de CBR2-sensor onderzoek je beweging, zoals valversnelling of een stuiterende bal.

De workshop laat zo zien hoe breed deze sensoren inzetbaar zijn in chemische, biologische en natuurkundige contexten. Je probeert toepassingen uit, bekijkt wat ze didactisch kunnen opleveren en krijgt een concreter beeld van hoe meten leerlingen kan helpen om grip te krijgen op wat er in een proef of verschijnsel werkelijk gebeurt.